Het gebouw
Op de begane grond van het weeshuis bevonden zich een hal en vier kamers. Eén kamer was voor de regenten, de mannelijke bestuurders en een kamer voor de vrouwelijke bestuurders, de regentessen. Verder waren er twee slaapkamers. Op de eerste etage hadden de wezen hun slaapzaal. In 1933 werd door een verbouwing in het bijgebouw vijf kamertjes voor de weeskinderen gemaakt. In 1943 vertrokken de laatste wezen en werden die kamertjes verhuurd aan particulieren. Die particulieren waren meestal alleenstaanden die een kleine woonruimte zochten. Zij woonden op zichzelf, maar gebruikten samen de keuken en de badkamer.
Grote zolder en drijvende kelder
Verder heeft het grote gebouw nog een grote zolder en een unieke, drijvende kelder met een hoogte van 2,15 meter. Die kelder staat dus niet op heipalen. Daar bevinden zich nog een aantal bijzondere Delftsblauwe tegeltjes met allerlei landschapsafbeeldingen. De zolder heeft slechts één raam. Dit raam is echter heel bijzonder. Het is namelijk rond van vorm en kan kantelen. Vroeger gebruikte men de kelder voor de opslag van groenten, aardappelen en fruit. Ook werden er de steenkolen bewaard die gebruikt werden voor het stoken van het fornuis en de kachels.
